Cooperis: België krijgt een federatie voor zijn 22.000 ondernemers in collectief verband

Categories
coöperatie

22.000 werknemers. 207 miljoen euro geconsolideerde omzet. Dertig jaar bestaan. Een ondernemingsmodel dat duizenden mensen ondersteunt maar nog altijd geen volwaardige politieke erkenning geniet.

Aan die anomalie wil Cooperis als nieuwe Belgische federatie van tewerkstellingscoöperaties en gedeelde ondernemingen een einde maken.

Cooperis wordt bij de lancering gedragen door SmartCoop en de zes coöperaties van de DiES-groep. Daarmee telt de federatie vanaf dag één zeven organisaties en reikt ze de hand naar de hele sector om zich aan te sluiten.

De nieuwe federatie wil collectief ondernemerschap promoten en laten erkennen als een volwaardige oplossing voor een aantal grote uitdagingen op het vlak van werkgelegenheid. Daarvoor formuleert ze drie concrete vragen aan de overheid.

De paradox van het najaar 2026

In België staan 145.000 vacatures open. Tegelijk zijn er 530.000 extra werkenden nodig om de door de regering vooropgestelde werkzaamheidsgraad van 80% te halen (Statbel). Een deel van de oplossing ligt misschien meer voor de hand dan we denken: mensen zelf hun eigen tewerkstelling laten organiseren.

Zelfstandig ondernemen zou niet mogen betekenen dat je ook voor alles alleen moet instaan. Boekhouding, administratie, marketing, een variabel inkomen: werken als zelfstandige in België brengt een aanzienlijke druk met zich mee. Het aantal burn-outs bij zelfstandigen is de voorbije vijf jaar dan ook met bijna 70% gestegen.

De vraag is dus niet langer “moeten we de organisatie van eigen tewerkstelling aanmoedigen?”, maar wel “hoe doen we dat zonder dat zelf ondernemen synoniem wordt met isolement en bestaansonzekerheid?”

Het antwoord: collectieve kracht

Ondernemen in een collectief kader kan die nadelen opvangen. En dat is precies wat Cooperis onder de aandacht wil brengen.

Bij gedeelde ondernemingen en tewerkstellingscoöperaties ontwikkelt iedereen autonoom haar of zijn activiteit, terwijl het juridische, administratieve en sociale kader gemeenschappelijk wordt georganiseerd. Concreet:

Autonomie over de eigen activiteit — prospectie, gefactureerde bedragen, klantenbestand en type activiteit: elke persoon staat zelf aan het roer van haar of zijn project.
Gedeelde lasten — facturatie, boekhouding, verzekeringen, administratief beheer en andere tools of diensten worden collectief georganiseerd.
Inkomenszekerheid — het loon wordt uitbetaald, ook wanneer een klant laattijdig betaalt.
Beschermend statuut — afhankelijk van de structuur van de gedeelde onderneming werken ondernemers onder het statuut van werknemer of zelfstandige en genieten ze de bijhorende sociale bescherming. Bovendien wordt de activiteit uitgeoefend binnen een collectieve structuur, waardoor niemand het risico van een individueel faillissement hoeft te dragen.

In dit model vinden we honderden beroepen: van lesgevers, ontwikkelaars, tuiniers, gidsen, ambachtslui, consultants, tot journalisten en muzikanten. Mensen kunnen een project uittesten, zich heroriënteren of een activiteit op lange termijn uitbouwen.

 

Al bijna dertig jaar bewijzen onze coöperaties dat je rendabel kan ondernemen zonder afhankelijk te zijn van subsidies. Duizenden individuele projecten kunnen groeien zonder dat één persoon alleen de verantwoordelijkheid van een onderneming hoeft te dragen. We hebben economische crisissen en de pandemie doorstaan en staan vandaag sterker dan ooit in een moeilijk economisch landschap. Het wordt hoog tijd dat deze manier van ondernemen de erkenning krijgt die ze verdient.

 

Sylvie Marique, ondervoorzitter van Cooperis

Drie vragen, voor één idee: billijkheid

Het model dat Cooperis verdedigt staat niet meer in haar kinderschoenen. Al bijna 30 jaar ontwikkelen tienduizenden mensen zo hun activiteit in België. Hun bijdrage aan de sociale zekerheid loopt in de miljoenen. Toch zijn economische steunmaatregelen, wetgeving en overheidsopdrachten nog altijd afgestemd op de klassieke zelfstandige of vennootschap en niet op de gedeelde onderneming.

Cooperis formuleert daarom drie vragen aan de overheid:

1
Erken de gedeelde onderneming als een volwaardig ondernemingsmodel. Frankrijk deed dat al in 2014. De Coopératives d’Activité et d’Emploi beschikken over een specifiek wettelijk kader. Vandaag zijn er zowat 120 structuren en 12.000 ondernemers actief binnen dit model. Dat toont aan dat een volwaardige integratie in het economisch beleid mogelijk is.
2
Garandeer een gelijke toegang tot economische steun. Zelfde activiteit, zelfde ambitie, maar niet dezelfde toegang tot investeringspremies of ondersteuning voor opleiding, digitalisering of internationalisering, gewoonweg omdat men niet in de juiste administratieve vakjes past.
3
Gebruik het Europese begrip ‘economische operator’ bij overheidsopdrachten. Duizenden ondernemers binnen eenzelfde structuur delen één ondernemingsnummer (KBO). Daardoor kunnen ze vandaag niet individueel inschrijven op eenzelfde overheidsopdracht, terwijl de Europese wetgeving de economische operator net los ziet van een juridische vorm.

Cooperis vraagt geen voorkeursbehandeling, maar billijkheid. De federatie vraagt dat de regels de realiteit op het terrein volgen.

 

Jarenlang heeft elk van onze structuren haar model afzonderlijk verdedigd. Maar één onderneming alleen kan de overheid moeilijk vragen om de regels voor haar te laten evolueren. Met Cooperis verdedigen we niet langer één onderneming maar een manier van ondernemen, die duizenden mensen een alternatief biedt.

 

Jean-Olivier Collinet, voorzitter van Cooperis

 

Cooperis: “samen werk creëren”

De naam zegt het al: uit coop en operis volgt Cooperis of “samen werk creëren”. De federatie heeft vanaf haar lancering een duidelijke ambitie: van gedeelde ondernemingen en tewerkstellingscoöperaties een referentie maken binnen het ondernemersveld. Haar leden engageren zich om deze vorm van ondernemerschap samen te bepleiten, beter bekend te maken, praktijkverhalen te delen en solidariteit tussen structuren op te bouwen. Aan het hoofd staat een tandem: Jean-Olivier Collinet (afgevaardigd bestuurder van DiES) als voorzitter, en Sylvie Marique (CEO van Smart) als ondervoorzitter.

Dertig jaar na hun ontstaan in België gaan gedeelde ondernemingen en tewerkstellingscoöperaties zo een nieuwe fase in: die van het georganiseerde collectief. Cooperis reikt meteen ook de hand naar organisaties die haar ambitie delen. Bij de overheden bepleit de federatie een kader dat aansluit bij de realiteit op het terrein.

 

Cooperis is de Belgische federatie van gedeelde ondernemingen en tewerkstellingscoöperaties. De federatie werd opgericht in 2026 en brengt bij haar lancering zeven coöperaties samen, afkomstig van Smart en de DiES-groep. Haar missie is om dit model te laten erkennen als een volwaardige vorm van ondernemerschap: collectief, veilig en solidair.

Smart is een gedeelde onderneming binnen de impacteconomie, georganiseerd als coöperatie. Opgericht in 1998, is ze actief in acht Belgische steden. In 2025 telde ze meer dan 21.500 actieve leden, die dat jaar samen een omzet van 198 miljoen euro genereerden.

DiES is een coöperatieve groep, opgericht in 2005, die meer dan 200 ondernemers in Brussel en Wallonië verenigt. DiES, tweevoudig laureaat van de Prijs voor de Sociale Economie (2013 en 2017), vertrekt vanuit de overtuiging dat ondernemen in harmonie kan, binnen een collectief kader waarin de ondernemer en zijn of haar activiteit voorrang krijgen op winst.

Tewerkstellingscoöperatie

Een ‘tewerkstellingscoöperatie’ is een coöperatie die mensen samenbrengt om hun eigen economische activiteit te ontwikkelen als werknemer van de coöperatie. De tewerkstellingscoöperatie verschilt van de ‘werkerscoöperatie’, waarbij de werknemers ook eigenaar zijn van de coöperatie maar waar de activiteit veelal in één specifieke sector wordt uitgeoefend.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *