Wie als kunstwerker een uitkering wil krijgen, moet sinds 1 januari 2024 eerst een dossier indienen bij de kunstwerkcommissie. Die bestaat voor de helft uit vertegenwoordigers uit de sector en kent kunstenaars een kunstwerkattest toe, dat hen recht geeft op een werkloosheidsuitkering.
Wat leren we na twee jaar commissie? Hoe benadert ze het criterium “artistiek doeleinde”? We zochten het uit.
Kunst versus functionaliteit
In het werk van de commissie staat een delicate vraag centraal: hoe maak je een onderscheid tussen wat valt onder “artistieke creaties” en onder het “functionele”? Een werkgroep zocht een antwoord op die vraag in de zomer van 2024 en daar zijn drie belangrijke punten uitgekomen:
- De artistieke dimensie moet centraal blijven staan, ook al heeft het project ook een educatief, informatief of promotioneel luik.
- De evaluatie is gebaseerd op drie criteria: de artistieke intentie, het creatieve proces en de distributiecontext.
- Voor de technische of ondersteunende functies: om als artistiek beschouwd te kunnen worden, moet hun bijdrage aan de creatie bepalend zijn voor het eindresultaat.
Wat betekent dat concreet?
De commissie moet een beeld krijgen van het artistieke universum van de aanvrager en diens manier van werken.
Een duidelijke en verzorgde portfolio met een nauwkeurige beschrijving van het creatieproces kan een groot verschil maken. Zo komen de samenhang en originaliteit van het werk goed tot hun recht.
Diverse realiteiten, dezelfde vereiste
Een aantal Smart-leden liet ons weten dat hun aanvraag geweigerd werd, en wat bleek? Ongeacht de sector, het beroep of de realiteit van de persoon was die beslissing vaak gebaseerd op het criterium van het artistieke doeleinde.
De dossiers van die Smart-leden zijn qua beroep heel uiteenlopend: muzikanten, acteurs en actrices, camera-assistenten, grafisch ontwerpers, fotografen, glasraammakers, illustratoren, videasten enz.
Met andere woorden, hoewel de criteria van de commissie voor diverse realiteiten van toepassing zijn, lijkt dezelfde vereiste voor alle gevallen terug te komen: kunstenaars moeten de originaliteit van hun aanpak aantonen, ongeacht of hun beroep atypisch is of niet.
Belangrijk om te onthouden
De begrippen “kunstwerker” en “kunstenaar” in de breedste zin van het woord mogen niet met elkaar verward worden.
Een negatieve beslissing stelt de artistieke waarde van een werk niet in vraag. Ze is enkel een vertaling van de strikte, bekritiseerbare of op zijn minst bedenkelijke toepassing van een – soms te strak – wettelijk kader en de interpretatie daarvan. En dat is jammer. Want de hervorming was bedoeld om artistieke professionals beter te beschermen. Maar ondanks de wil om niemand uit te sluiten, blijft een deel van de artistieke sector daardoor toch kwetsbaar achter.
Elk beroep is uniek. Dat vat je niet samen met een paar vakjes op een formulier. Zorg er dus voor dat de commissie je wereld ontdekt, begrijpt hoe je werkt en een beeld krijgt van de kracht van je creatieve proces wanneer je je dossier indient.
Het jaarverslag van de kunstwerkcommissie lees je hier:
https://workinginthearts.be/nl/professioneel/commissie/jaarverslagen
