Europese Commissie raadpleegt Smart

Nieuws

Smart ijvert voor sociale verandering door het gedeelde ondernemingsmodel te promoten als antwoord op de veranderende beroepswereld en de uitdagingen die ermee gepaard gaan. Onze lobbyacties in de politieke wereld, ongeacht het beleidsniveau, steunen op twee grote doelstellingen:

  1. ijveren voor de erkenning van het gedeelde ondernemingsmodel en ervoor zorgen dat de activiteit van de leden in aanmerking kan komen voor de nodige bijstand, erkenning, opdrachten en markten,
  2. de toegang tot de sociale zekerheid voor freelancers verbeteren.  

In september werd Smart door de Europese Commissie geraadpleegd over wat ze atypische werknemers noemt. Waarom? Omdat de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen de problematiek op verschillende niveaus op tafel heeft gelegd. 

Eerst en vooral neemt de Commissie de Europese Pijler van Sociale Rechten van de Commissie Juncker over om hem verder uit te werken en zelfs nog uit te diepen. Het initiatief werd eind 2017 door alle lidstaten goedgekeurd en moet nieuwe, doeltreffendere rechten verlenen aan de Europese burgers. De Pijler steunt op twintig sleutelprincipes rond drie themas: gelijkheid van kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden, en sociale bescherming en inclusie.  

Ten tweede stelt de Unie als een van haar beleidsprioriteiten een Europese digitale strategie voor (Digital Services Act Package), die onder meer moet leiden tot een wettelijk kader en betere arbeidsvoorwaarden voor platformwerkers.   

Europees commissaris voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten, Nicolas Schmit, zal de kwestie van de atypische werknemers’ onder handen nemen. Het is zijn verantwoordelijkheid (onder meer) om de sociale dimensie van de EU uit te breiden door middel van een actieplan om de Europese Pijler van de Sociale Rechten uit te voeren, samen te werken met de Europese lidstaten om de socialezekerheidsstelsels in Europa te versterken en ten slotte de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers te verbeteren. Het directoraat-generaal werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie staat hem bij om die taak te volbrengen.   

De Pijler van Sociale Rechten botst echter al sinds het begin met het mededingingsbeleid van de EU. Terwijl de Pijler immers een rechtvaardige, billijke behandeling van alle werkende mensen beoogt (ongeacht het type werknemer en de duur van de arbeidsrelatie), stelt het mededingingsbeleid dat zelfstandigen voor hun dienstverlening geen minimumprijs mogen bepalen. Ze worden door het Europese mededingingsbeleid immers als ondernemingen beschouwd. Omdat collectieve acties steunend op de vergoeding van diensten of het treffen van een collectief akkoord over een tarief voor de vergoeding van diensten, beschouwd worden als het maken van prijsafspraken, gaan ze rechtlijnig in tegen het mededingingsrecht. Daarom bekijkt de Commissie nu of het mogelijk zou zijn het mededingingsrecht te herzien.  

Smart heeft sinds het begin (de eerste bijeenkomst vond plaats in 2016) interesse voor de Europese Pijler van de Sociale Rechten en nam al deel aan verschillende bijeenkomsten over het onderwerp. Ze heeft heel wat expertise opgebouwd op het vlak van atypische vormen van werk, zowel met freelancers als platformwerkers (meer bepaald dankzij het historische akkoord tussen Smart en Deliveroo), en werd de voorbije maanden dan ook meermaals geraadpleegd. In juni werd Smart door de DG Concurrentie aangeschreven over de noodzaak om het mededingingsrecht te herzien zodat zelfstandigen een minimumprijs mogen bepalen. Commissaris Schmit op zijn beurt nodigde Smart begin september uit voor een virtueel rondetafelgesprek over de platformwerkers, en ook de DG Werkgelegenheid hield een videoconferentie met Smart naar aanleiding van het beleidsdocument van de Cecop over atypische werkers en de covidcrisis. 

Tijdens de drie vergaderingen droeg Smart de volgende kernboodschappen uit: 

  1. Door een samenloop van trends en veranderingen in de beroepswereld (in verband met productiemethoden, werkgelegenheidsbeleid, levenswijze, nieuwe sectoren enz.) gaan almaar meer mensen aan het werk als freelancer. Ze hebben verschillende klanten en zijn niet continu aan het werk en/of betaaldmaar beschikken wel over een zekere knowhow en hun beroep vraagt geen grote basisinvestering (werkmiddelen). Ze kunnen autonoom werken, maar zijn ook kwetsbaarder in geval van economische tegenslag (verlies van een grote klant, crisis …), op het vlak van gezondheid (ziekte, ongeval, moederschap) of bij privéproblemen (scheiding). Maar ook al werken deze werknemers projectmatig, daar hoeven ze niet voor gestraft te wordenHet is dan ook nodig om te streven naar een meer universele sociale zekerheid.  
  • Platformwerkers zijn atypische werknemers zoals alle anderen. Het is niet nodig een derde statuut te creëren, maar eerder om met het bestaande recht te werken en het aan de situatie van die werkkrachten aanpassen. Want zowel freelancers als platformwerkers kunnen werken onder een van deze statuten: 
    • als zelfstandige: in dat geval moeten we er zeker van zijn dat ze echt autonoom zijn en geen verlies lijden. Daarvoor moet rekening gehouden worden met de kostprijs van de werkmiddelen, de (publieke en private) sociale bescherming (die nodig is om het beroep uit te oefenen) en de arbeidstijd. 
    • als loontrekkende: zowel via rechtstreekse arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur als via een coöperatie zoals Smart. Voor deze werkkrachten moeten er regels worden uitgewerkt voor de toegang tot bescherming zodat ze aanspraak kunnen maken op evenveel sociale zekerheid als loontrekkenden met een contract van onbepaalde duur.  
  1. Het coöperatieve model staat garant voor de autonomie en toegang tot de sociale zekerheid die freelancers nodig hebben. Het model steunt immers op een democratisch bestuur, herverdeelt de gecreëerde waarde binnen de gemeenschap van werkers en brengt afgezonderde actoren samen in een collectiefIn de digitale wereld moeten dan weer de coöperatieve deelplatforms als model gepromoot worden 

Coöperaties nemen alle sociale lasten op zich en kunnen een antwoord bieden op ecologische uitdagingen, wat voldoet aan de globale doelstellingen van de Green Deal en het mechanisme voor een rechtvaardige transitie van de Commissie von der Leyen. Alleen worden die modellen vaak geconfronteerd met de zware concurrentie van puur kapitalistische platformen die enkel uit zijn op winst en de sociale en ecologische lasten uitbesteden, waardoor collectieve initiatieven de prijs moeten betalen. De coöperatieve modellen zouden kunnen opbloeien in geval van stimulerende beleidsmaatregelen, bijvoorbeeld door het geïnvesteerde sociale kapitaal in een coöperatie fiscaal aftrekbaar te makenHet is van essentieel belang een antwoord te bieden op die uitdagingen. Daarom moet het mededingingsrecht de problematiek van sociale en ecologische lasten in aanmerking nemen en vermijden dat er oneerlijke concurrentie wordt gecreëerd ten nadele van degenen die opdraaien voor de kost ervan.

Wordt weldra vervolgd …

Leave a Reply

Your email address will not be published.