Koerswijzigingen van de RVA nefast voor werkers met tijdelijke contracten

België De wereld onder de loep

Sinds het begin van de coronacrisis nam de regering verschillende steunmaatregelen voor werknemers. 

Een problematiek die sinds de aanvang van de crisis bijzonder weinig aandacht kreeg, is die van de ‘projectmatige’, tijdelijke werkers, aangeworven via contracten van beperkte en zelfs heel beperkte duur. 

Waarom? Omdat toekomstige contracten (bijvoorbeeld voor de duur van een geplande voorstelling) zonder meer geannuleerd werden. De werker in kwestie had dus geen toegang tot tijdelijke werkloosheid (tijdelijke werkloosheid is enkel mogelijk in de loop van een bestaand contract). 

Sommige sectoren zijn structureel georganiseerd rond dit type contracten. Dat is een spijtige zaak, maar het is in volle crisis wellicht niet het moment om diomstandigheden in vraag te stellen en nog minder om de betrokken werkers te gijzelen.  

Gelukkig werd de minister van Sociale Zaken door verschillende actoren gealarmeerd over deze situatie, meer bepaald door een brief van Smart op 17 maart gevolgd door een tweede op 31 maart, die medeondertekend was door vakbonden en tal van andere organisaties (https://smartbe.be/wp-content/uploads/2020/04/Courrier_NL.pdf). Daarop besliste de minister om arbeidsovereenkomsten die “in tempore non suspecto” (dus vóór 13 maart) gesloten werden, recht te verlenen op tijdelijke werkloosheid voor werkdata binnen de quarantaineperiode of voor andere periodes van sectorale beperkingen (zoals voor de podiumkunsten, de sport– en evenementensector, het onderwijs).  

Bijgevolg wordt de RVA geacht om die beslissing, die allerminst lichtzinnig werd genomen, getrouw uit te voerenHet is immers van cruciaal belang om juridische zekerheid te bieden aan deze werkers, zodat ze tenminste weten waar ze aan toe zijn.   

Helaas gaf de RVA sinds het ministerieel besluit van 13 maart 2020 op haar FAQ-pagina maar liefst zeven interpretaties aan de beslissing (https://www.onem.be/sites/default/files/coronavirus/Faq_Corona_NL_20200430.pdf). En laat dat nu de enige, kwetsbare bron zijn van praktische en juridische informatie bestemd voor werkgevers en werknemers. Feit is dat op 30 april, meer dan zes weken na het begin van de quarantainemaatregelen, de RVA het ministerieel besluit onderuithaalt. Bovendien geeft ze aan dat er ook niet aanvaard zal worden dat arbeidsovereenkomsten enkel worden gesloten voor een periode die volledig gedekt wordt door tijdelijke werkloosheid. 

Laat ons een voorbeeld nemen: 

Mevrouw X had in februari een contract ondertekend voor een voorstelling gepland van 13 tot 17 april. Half maart wordt de voorstelling geannuleerd ingevolge de quarantainemaatregelen. De beslissing van de minister bepaalde dat het contract behouden kon blijven en dat mevrouw X tijdens de volledige duur ervan in tijdelijke werkloosheid kon gaan. De koerswijziging van de RVA maakt nu dat mevrouw X niet in tijdelijke werkloosheid kan gaan voor de duur van dit contract, terwijl het duidelijk als gevolg van de crisis en de quarantainemaatregelen is dat het overeengekomen werk niet kan worden uitgevoerd.  

Het feit dat de RVA hier op het laatste moment een bocht neemt, heeft zeer ernstige gevolgenDe beslissing van de minister wordt niet alleen uitgehold. Het was immers de bedoeling om bescherming te bieden aan korte contracten voor evenementen die door de crisis werden geannuleerd, met andere woorden: werk dat net, in de meeste gevallen, volledig binnen de quarantaineperiode valt en dus helaas volledig gedekt moest worden door tijdelijke werkloosheid. De koerswijziging is ook en vooral rampzalig voor de betrokken werkers, die al kwetsbaar zijn door het tijdelijke, onderbroken karakter van hun tewerkstelling. Ze hadden immers uitzicht op een reddingsboei die nu plots wordt weggetrokken. Terwijl ze al in de grootste onzekerheid en angst leven, hebben bepaalde werkers geen andere keuze dan zich tot het OCMW te wenden omdat ze geen sociale bescherming genieten waarvoor ze nochtans hebben bijgedragen. Dit is echt sociaal onrechtvaardig voor alle werkers met tijdelijke contracten en zal erg nadelige gevolgen hebben, zeker voor de sectoren die bijzonder zwaar getroffen zijn en geen goede vooruitzichten hebben voor geruime tijd 

De RVA heeft ook de opdracht om misbruik te voorkomen en het is normaal dat de dienst erop toeziet dat de contracten niet achteraf worden opgesteld (en dus geantidateerd) om van de situatie te profiteren. Daarvoor kan ze de nodige controles uitvoeren, zoals reeds aangegeven in de vorige versies van de FAQ. Nu is het wel zo dat noodmaatregelen de deur kunnen openzetten voor misbruik, maar dat is ook het geval voor alle andere noodmaatregelen van de overheid. Er is dus geen reden om wantrouwiger te zijn ten opzichte van werkers met tijdelijke contracten dan voor de “klassieke” werknemers, werkgevers of zelfstandigen. 

De RVA doet niets minder dan de maatregel ondermijnengeheel ten onrechteOfwel begrijpt de rijksdienst de situatie van werkers met tijdelijke contracten niet, ofwel beslist de administratie eenzijdig om een regeringsbeslissing uit te hollen.  

 

Anne-Laure DESGRIS, afgevaardigd medebestuurder van Smart 

Maxime DECHESNE, afgevaardigd medebestuurder van Smart  

 

Deze mededeling werd medeondertekend door: 

Estelle CEULEMANS, ABVV Brussel – ACOD Cultuur en Media – BBTK 

Martin WILLEMS, CSC United Freelancers 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *