Een (juiste) prijs bepalen. Deel 2: een kwestie van kosten?

Diensten en tools

In een vorig artikel deelde Céline Viardot haar visie over de juiste prijs. In dit artikel legt ze uit hoe je de kostprijs van je activiteit kan berekenen.

Vorige keer leerden we dat je voor een goede verkoopervaring moet weten welke aspecten belangrijk zijn om een juiste prijs te kunnen bepalen. Hier overlopen we welke kosten deel uitmaken van jouw unieke aanbod:

  • Je arbeidstijd
  • De facturen van leveranciers of partners
  • De facturen om productietools te betalen (machines, huur van een kantoor, een fiets en het onderhoud ervan, internet om offertes te kunnen versturen)
  • De gemeenschappelijke bijdrage aan Smart, maar ook de afhoudingspercentages van portalen die je mag gebruiken om producten te verkopen (Etsy, opleidingsportaal enz.), of de commissie voor een agent of galeriehouder.
  • De bijdrage aan de samenleving, m.a.w. de belastingen.
  • De socialezekerheidsbijdragen die bijdragen tot de pensioenen, ziekteverzekering, het systeem voor werkloosheidsbijdragen enz.
  • Je behoeften om gezond te blijven en te kunnen produceren wat je verkoopt (goed materiaal, comfortabele arbeidsomstandigheden …).

Al die kosten en bijdragen vormen samen de kostprijs van een dienst of product: het bedrag waaronder we met verlies verkopen. Door met verlies te verkopen, loopt een activiteit het gevaar nooit leefbaar te zijn.

De kostprijs

Hoe kan je met al die elementen “makkelijk” de kostprijs berekenen?

Een kostprijs bestaat uit twee grote delen:

  • Het deel “werk”: de kosten die een activiteit aangaat om diensten of producten te kunnen creëren en verkopen.
  • Het “externe” deel: de kosten van de stakeholders (van je productienetwerk) die de activiteit aanspreekt om diensten of producten te creëren of verkopen (bv.: leveranciers, onderaannemers enz.).
Het deel “werk”

Het deel “werk” is de kost voor je activiteit van het werk dat je hebt geleverd om te produceren en verkopen. Je berekent het door de duur van productieve en commerciële activiteiten te vermenigvuldigen met de minimale kostprijs per uur (de werkingskost van je activiteit tijdens één productie-uur).

Om de minimale kostprijs per uur te kunnen berekenen, bepaal je twee elementen:

  1. De arbeidstijd
  2. Het werkingsbudget van je activiteit dat je toelaat een degelijke productietool te hebben en zelf gezond te zijn.
De arbeidstijd

De arbeidstijd bestaat uit twee grote tijden:

  • De productietijd – de tijd die je spendeert aan de verkoop en productie van je aanbod
  • De (vaste) ontwikkelingstijd – de tijd die je spendeert aan je activiteiten, ook als je geen klanten hebt

Als ondernemer produceer en verkoop je niet alleen diensten. Je:

  • maakt je activiteit bekend,
  • volgt je activiteit op,
  • neemt beslissingen over de ontwikkeling van je activiteit,
  • volgt opleidingen en informeert je regelmatig.

Het is belangrijk dat je die ontwikkeling niet minimaliseert, maar er de tijd voor neemt en ze goed plant. Ze draagt immers bij tot het voortbestaan van je activiteit. Wat is de productietijd met het oog op die activiteiten die je kan plannen? Het is de tijd die je rest van je arbeidstijd eens je de ontwikkelingstijd ervan hebt afgetrokken. Om ze te berekenen:

  1. Bepaal je de tijd die je per week zal werken
  2. Bereken je het aantal gewerkte weken per jaar: dat is het aantal weken dat per jaar overblijft na aftrek van je weken vakantie, ziekte, kinderopvang enz.
  3. Bereken je de productietijd (in uren) die je jaarlijks ter beschikking hebt:

Beschikbare productietijd/ jaar =

(Arbeidstijd/ week – tijd besteed aan vaste activiteiten/ week) x aantal gewerkte weken per jaar.

Het werkingsbudget

Het werkingsbudget is de som van de kosten van je activiteit en bestaat uit de volgende elementen:

  1. Het budget voor je bezoldiging: bedrag dat je nodig hebt om fatsoenlijk te leven, en om belastingen en socialezekerheidsbijdragen te kunnen betalen.
  2. Het budget voor je vaste kosten: de kosten die je moet betalen, ongeacht of je klanten hebt of niet. Bijvoorbeeld, maandelijks te betalen IT-licenties; je internet- en/of telefoonabonnement; verplaatsingskosten naar een beurs, enz.
  3. Je investeringsbudget: het geld dat je elk jaar spaart om nieuw materiaal te kopen.
  4. De gemeenschappelijke bijdrage Smart als werknemer in de gedeelde onderneming (maar ook commissies). Aangezien de kost daarvan afhangt van de verkoop van je aanbod komt ze in de berekeningen van de twee delen voor (Werk en Extern).

Met die informatie kan je bepalen wat de minimale kostprijs per uur is: de kost van een uur productiewerk door je activiteit. Om die te berekenen:

  1. tel je de drie eerste budgetten voor een jaar bij elkaar op: dat is het jaarlijkse werkingsbudget zonder bijdrage
  2. voeg je het bijgedragen deel toe dat van toepassing is op het werkingsbudget:  Jaarlijks werkingsbudget met bijdrage = Jaarlijks werkingsbudget zonder bijdrage/ (100 % – percentage van de bijdrage)
  3. deel je jaarlijks werkingsbudget door het aantal beschikbare productie-uren per jaar, ofwel: Minimale kostprijs per uur = Jaarlijks werkingsbudget met bijdrage/ jaarlijkse productietijd

Door de minimale kostprijs per uur te vermenigvuldigen met de tijd die nodig is voor de verkoop en productie van dit aanbod, kom je op het bedrag van het deel “werk” van je aanbod.

Het “externe” deel

Het “externe” deel van een aanbod omvat alle kosten in verband met het aanbod. We praten in dat geval over “variabele kosten”, die:

  • enkel voorkomen als je een aanbod verkocht hebt
  • kwantificeerbaar zijn
  • en waarvan het bedrag niet verwaarloosbaar is ten opzichte van het deel “werk”.

Zoals eerder vermeld, is het bedrag van de gemeenschappelijke bijdrage Smart (maar ook van de commissies) afhankelijk van de verkoopprijs. Het is dus absoluut noodzakelijk dat je dat bij de berekening van het “externe” deel ook in aanmerking neemt:

“Externe” deel = Som van de variabele kosten/ (100 % – percentage bijdrage Smart)

Nu je het bedrag van elk deel van de kostprijs kent, tel je ze bij elkaar op. Zo kom je op de kostprijs van je aanbod (het minimale verkoopbedrag van je aanbod als je je activiteit levendig wil houden).

Ten slotte nog dit: na een heel artikel over de kost van je activiteit rest ons enkel nog de link te leggen met het eerste artikel. Zodra je de identiteit van je activiteit hebt bepaald, wordt ook duidelijk aan wat voor universum ze zal meebouwen: alles wat je aanbiedt (met inbegrip van de verkoop- en de kostprijs), is daar een weerspiegeling van. Elke kost is dus ook belangrijk om je klanten goede producten of diensten te kunnen leveren.

Smart werkt momenteel aan een opleidingsaanbod om jullie nog meer te kunnen bijbrengen over de economische aspecten van de ontwikkeling van een activiteit. Meer info binnenkort.

Leave a Reply

Your email address will not be published.